Archief voor satire

Letter To The Censors

Posted in Zonder categorie with tags , , , , on november 6, 2008 by sezaar

Stel dat u morgen op het werk in het bedrijfsblad, nieuwsbrief of op het prikbord een fotomontage van uzelf een collega ziet waarbij u bepaalde seksuele handelingen pleegt, zal u er dan eens smakelijk om lachen, vragen het te verwijderen of een klacht wegens pesten op het werk indienen (en gehoord worden)? En als het een collega overkomt, zult u er dan begrip voor opbrengen wanneer hij of zij hierom kwaad wordt of zult u vinden dat h/zij een zuurpruim is? Beeld u nu ook in dat een van beide een ondergeschikte is van de andere en dat er al langer geruchten de ronde gaan als zouden ze een relatie hebben, hoewel ze beiden getrouwd zijn. Is het nu nog grappig of toch eerder smakeloos en onnodig kwetsend?

88850En toch zijn er genoeg Vlamingen die vinden dat het moet kunnen, en dat het zelfs “censuur” is wanneer iemand stelt dat die beruchte fotomontage verwijderd moet worden. Uiteraard hebben we het hier over de beruchte Humorel en de manier waarop het magazine en zijn aanhangers zich momenteel in een slachtofferrol plaatsen zonder oog te hebben voor de tegenpartij.  Of de montage al dan niet smaakvol is dan wel geslaagde satire is hier van geen belang. De vraag waar het om gaat, is in hoeverre iemand het recht heeft zich tegen dergelijke spot te beschermen en stappen te ondernemen.

Persvrijheid is een mooi goed maar dat is de bescherming van de persoonlijke integriteit en menselijke waardigheid ook. Eigenlijk moet men de vraag durven stellen en beantwoorden of iemand die het mikpunt van spot en satire is ook het recht heeft hiertegen te ageren. (*) Is het recht om te beledigen dan werkelijk absoluut?  Heeft men geen gevoel voor humor wanneer men met de prent in kwestie niet kan lachen? Moet men alles ondergaan onder het mom dat het maar om te lachen is? Wie met woorden als satire en censuur goochelt, moet sterk in zijn schoenen staan en weten waarover het gaat.

censuurGewoon wat beladen termen gebruiken (**) volstaat niet om het gelijk te halen en dat is wat er alvast in het openbaar gebeurt in dit debat. Goedkope insinuaties en een sluipende karaktermoord door een blad dat sowieso een spreekgestoelte en een groep gretige volgelingen heeft, getuigen niet van een volwassen aanpak noch van een rebelse en tegendraadse geest die tegen een stootje kan. Wie de stoute jongen van de klas wil zijn, moet ook aanvaarden dat hij een tik op de vingers kan krijgen. Humo wil wel het stoute jongetje zijn maar roept nu luidkeels dat de straf niet eerlijk is en dat “het maar om te lachen was”. Van een magazine dat er al zolang prat op gaat tegen de stroom in te varen, had ik meer verwacht dan nauwelijks verholen financiële argumenten.

En wat de huidige zelfverklaarde verdedigers van humor, satire en vrijheid van meningsuiting betreft, stel ik voor dat ze een koddige montage maken van enkele van hun vrienden, bij voorkeur van die waarbij de relatie wat problemen kent. Naar alle waarschijnlijkheid zullen hun vrienden er wel de humor van in zien.

(*) Ik spreek me niet uit over manier waarop Koekelberg en Ricour gehandeld hebben noch of zij in deze te rigide maatregelen genomen hebben. Voor mijn betoog is dit niet voldoende relevant, hoezeer ook bij hun handelen vraagtekens gesteld mogen worden.

(**) Het volstaat om terug te denken aan het debat rond de Deense cartoons of de rechtszaak tegen het toenmalig Vlaams Belang om te beseffen hoe snel termen gebruikt en misbruikt worden door de benadeelde partij.

Advertenties

James Branch Cabbel :: Jurgen. A comedy of justice (1919)

Posted in boeken with tags , , , on oktober 29, 2008 by sezaar

Een boek dat jouw naam draagt (sezaar staat bekend als Jurgen bij de burgerlijke stand ), smeekt gewoon om gelezen te worden, vooral wanneer het geen naam is die in de literatuur snel voorkomt en al zeker niet in niet-Duitse romans. Als dat boek daarenboven kort na het verschijnen uit de handel genomen werd wegens te pornografisch, dan is er totaal geen excuus meer om het niet te lezen.

James Branch Cabell schreef gedurende zijn leven een slordige tweeënvijftig boeken maar werd vooral bekend met dit ene boek, zijn achtste. Jurgen, het hoofdpersonage, beschouwt zichzelf als een “monstrous clever fellow”, ook al heeft hij dan niet veel van zijn leven terecht gebracht. In zijn jonge jaren was hij een dichter die een affaire hield met de mooie Dorothy maar de omstandigheden noopten hem tot een huwelijk met Lisa, een helleveeg. Wanneer zijn vrouw evenwel plots verdwijnt, ziet Jurgen zich genoodzaakt naar haar op zoek te gaan.

Op Walpurgisnacht ziet hij haar in de buurt van een donkere grot en volgt hij haar naar binnen. Hoewel zijn vrouw nergens te bekennen valt, tuimelt Jurgen hierna wel van het ene avontuur (en bed) in het andere. In de verschillende hoofdstukken krijgt hij niet alleen zijn jeugdige uiterlijk terug (hij is van middelbare leeftijd) maar komt hij ook in contact met enkele van de belangrijkste en bekendste figuren uit onze mythologie en geschiedenis. Zo passeren ondermeer Merlijn, Guinevre en Arthur de revue maar ook Helena van Troje, woudnimfen en zelfs God en de duivel. Jurgen reist doorheen het verhaal namelijk naar verschillende mythische gebieden zoals het land van geliefden en het luilekkerland Cocaigne. Uiteraard eindigt het verhaal op een semi-positieve noot wanneer de wijzer geworden Jurgen aanklopt bij de schepper van dit alles, Koshchei the Deathless, en als enige gunst zijn vrouw terug wenst.

Als verhaal stelt het weinig voor maar Cabbel is minder geïnteresseerd in het vertellen van een goed verhaal dan in het (verhuld) weergeven van zijn eigen bedenkingen en overpeinzingen. Jurgen is veeleer een satirisch pamflet en ideeënroman die zich afzet tegen de hypocriete moraal van het vroeg-twintigste eeuwse Amerika. De verschillende personages die hij tegen het lijf loopt zijn niet alleen ijdel en hovaardig maar vaak ook egoïstisch en dom. Tot de absolute hoogtepunten van het verhaal behoren Jurgens afdaling naar de hel, zijn reis naar de hemel en de ontmoeting met de eerder simpele Koschei.

Het is vooral bij zijn omschrijvingen van de hel en hemel dat Cabbel met scherp schiet. Waar hij in de eerste hoofdstukken nog relatief mild over de kleine kanten van de mens en zijn domheid spreekt, kent zijn sarcasme nu geen maat. De inwoners van de hel worden omschreven als hovaardig en arrogant: zij zijn er allemaal immers van overtuigd dat ze als de grootste schurk die er ooit geweest is, niet anders dan onnoemelijk lijden kunnen waarop ze de duivels verplichten hen te folteren en te martelen. In de hemel, een verzinsel van een oude vrouw, gaat het er al niet veel beter aan toe. Zo spotten de engelen met de apostelen omdat de leer van Christus dankzij de mensheid gecorrumpeerd raakte en worden de bisschoppen opgesloten in een uithoek van de hemel omdat het nu eenmaal ongehoord is om hen naar de hel te verbannen ondanks hun zondig gedrag.

Aleister Crowley omschreef in 1929 het boek al een van de “epoch-making masterpieces of philosophy”, ook was zijn levensovertuiging een van de vele die geparodieerd werd in het boek. Bijna negentig jaar later mag een dergelijke omschrijving zwaar op de hand liggen, toch valt er iets voor te zeggen. De weinig verholen aanvallen van Cabbel op de mens en zijn ijdel gedrag hebben nog niets van hun waarde verloren, net zo min als zijn scherpe pen. Jurgen is een satirische roman die de tand des tijds verbazend goed doorstaan heeft, zij het dan niet zozeer om zijn literaire kwaliteiten als wel om zijn ideeën.

—-

Wie het boek online lezen wil:http://xroads.virginia.edu/~hyper/CABELL/contents.htm

Omdat Cabbel, als voorloper van Eco, zijn boek vol culturele verwijzingen stopte, is wat extra uitleg bij de vele verwijzingen in het boek best handig: http://home.earthlink.net/~davidrolfe/jurgen.htm