Archief voor oktober, 2008

James Branch Cabbel :: Jurgen. A comedy of justice (1919)

Posted in boeken with tags , , , on oktober 29, 2008 by sezaar

Een boek dat jouw naam draagt (sezaar staat bekend als Jurgen bij de burgerlijke stand ), smeekt gewoon om gelezen te worden, vooral wanneer het geen naam is die in de literatuur snel voorkomt en al zeker niet in niet-Duitse romans. Als dat boek daarenboven kort na het verschijnen uit de handel genomen werd wegens te pornografisch, dan is er totaal geen excuus meer om het niet te lezen.

James Branch Cabell schreef gedurende zijn leven een slordige tweeënvijftig boeken maar werd vooral bekend met dit ene boek, zijn achtste. Jurgen, het hoofdpersonage, beschouwt zichzelf als een “monstrous clever fellow”, ook al heeft hij dan niet veel van zijn leven terecht gebracht. In zijn jonge jaren was hij een dichter die een affaire hield met de mooie Dorothy maar de omstandigheden noopten hem tot een huwelijk met Lisa, een helleveeg. Wanneer zijn vrouw evenwel plots verdwijnt, ziet Jurgen zich genoodzaakt naar haar op zoek te gaan.

Op Walpurgisnacht ziet hij haar in de buurt van een donkere grot en volgt hij haar naar binnen. Hoewel zijn vrouw nergens te bekennen valt, tuimelt Jurgen hierna wel van het ene avontuur (en bed) in het andere. In de verschillende hoofdstukken krijgt hij niet alleen zijn jeugdige uiterlijk terug (hij is van middelbare leeftijd) maar komt hij ook in contact met enkele van de belangrijkste en bekendste figuren uit onze mythologie en geschiedenis. Zo passeren ondermeer Merlijn, Guinevre en Arthur de revue maar ook Helena van Troje, woudnimfen en zelfs God en de duivel. Jurgen reist doorheen het verhaal namelijk naar verschillende mythische gebieden zoals het land van geliefden en het luilekkerland Cocaigne. Uiteraard eindigt het verhaal op een semi-positieve noot wanneer de wijzer geworden Jurgen aanklopt bij de schepper van dit alles, Koshchei the Deathless, en als enige gunst zijn vrouw terug wenst.

Als verhaal stelt het weinig voor maar Cabbel is minder geïnteresseerd in het vertellen van een goed verhaal dan in het (verhuld) weergeven van zijn eigen bedenkingen en overpeinzingen. Jurgen is veeleer een satirisch pamflet en ideeënroman die zich afzet tegen de hypocriete moraal van het vroeg-twintigste eeuwse Amerika. De verschillende personages die hij tegen het lijf loopt zijn niet alleen ijdel en hovaardig maar vaak ook egoïstisch en dom. Tot de absolute hoogtepunten van het verhaal behoren Jurgens afdaling naar de hel, zijn reis naar de hemel en de ontmoeting met de eerder simpele Koschei.

Het is vooral bij zijn omschrijvingen van de hel en hemel dat Cabbel met scherp schiet. Waar hij in de eerste hoofdstukken nog relatief mild over de kleine kanten van de mens en zijn domheid spreekt, kent zijn sarcasme nu geen maat. De inwoners van de hel worden omschreven als hovaardig en arrogant: zij zijn er allemaal immers van overtuigd dat ze als de grootste schurk die er ooit geweest is, niet anders dan onnoemelijk lijden kunnen waarop ze de duivels verplichten hen te folteren en te martelen. In de hemel, een verzinsel van een oude vrouw, gaat het er al niet veel beter aan toe. Zo spotten de engelen met de apostelen omdat de leer van Christus dankzij de mensheid gecorrumpeerd raakte en worden de bisschoppen opgesloten in een uithoek van de hemel omdat het nu eenmaal ongehoord is om hen naar de hel te verbannen ondanks hun zondig gedrag.

Aleister Crowley omschreef in 1929 het boek al een van de “epoch-making masterpieces of philosophy”, ook was zijn levensovertuiging een van de vele die geparodieerd werd in het boek. Bijna negentig jaar later mag een dergelijke omschrijving zwaar op de hand liggen, toch valt er iets voor te zeggen. De weinig verholen aanvallen van Cabbel op de mens en zijn ijdel gedrag hebben nog niets van hun waarde verloren, net zo min als zijn scherpe pen. Jurgen is een satirische roman die de tand des tijds verbazend goed doorstaan heeft, zij het dan niet zozeer om zijn literaire kwaliteiten als wel om zijn ideeën.

—-

Wie het boek online lezen wil:http://xroads.virginia.edu/~hyper/CABELL/contents.htm

Omdat Cabbel, als voorloper van Eco, zijn boek vol culturele verwijzingen stopte, is wat extra uitleg bij de vele verwijzingen in het boek best handig: http://home.earthlink.net/~davidrolfe/jurgen.htm

Advertenties

The songs that we sing

Posted in muziek with tags , , , , on oktober 28, 2008 by sezaar

Op 22 oktober organiseerde het fijne Gentse label Kraak een concert. Als eerste was de muzikant en verzamelaar Ian Nagoski geplaatst. Nagoski verzamelt 78 toerenplaat, geperst op bakeliet. Deze platen wegen veel en zijn gemakkelijk breekbaar. In bepaalde kringen zijn ze nog steeds gekend en populair omdat de eerste jazz- en bluesnummers hierop verschenen. In het bijzonder Harry Smith (zoek zeker diens Anthology of American Folk Music op) heeft hier een belangrijke hand in gehad. Blues en country-platen (toen bekend als “colored music” en “hilbilly music) zijn nauwelijks nog te vinden, tenzij u er een smak geld voor over hebt. Gelukkig zijn er tal van compilaties te vinden waarbij de output van een artiest verzameld wordt. Andere compilaties groeperen nummers en artiesten volgens thema’s. Later (maar niet hier) zullen we daar dieper op ingaan.

Nagoski pakt het anders aan. Op The Black Mirror compileert hij 78-toerenplaten van over heel de wereld die hem op een of andere manier raakten. Tijdens zijn lezing liet hij enkele nummers hiervan horen en gaf hij er een korte verklaring bij. Het merendeel van wat hij vertelde, klonk de doorsnee-verzamelaar bekend in de oren: de liefde voor muziek, de enkele parel tussen een hoop rommel, de kick van het loutere bezitten zonder dat er een financiële waarde aan verbonden is…het was niet nieuws dat hij zei. Natuurlijk zijn de verhalen over de aparte nummers die hij liet horen interessant maar dan verlang je naar alle verhalen en alle nummers. De smaakmakers zijn op dat ogenblik niet langer voldoende.

Ik heb die avond de compilatie niet gekocht en dat vind ik jammer. Natuurlijk kan er opgemerkt worden dat Nagoski niet het recht heeft om zomaar muziek van anderen op plaat te gooien en te verkopen maar los van mogelijke rechten juich ik een dergelijk initiatief toe. Wanneer de samensteller en het label zich de moeite getroosten om de geluidskwaliteit op te poetsen en de luisteraar van zoveel mogelijk informatie als mogelijk is te voorzien, is er geen sprake van geldgewin maar wel van het delen van een passie voor iets dat verloren dreigt te gaan.

links:

http://www.myspace.com/theblackmirror

http://dust-digital.com/black-mirror.htm

Emperor Penguin

Posted in varia with tags , , , , , on oktober 27, 2008 by sezaar

Een tijd geleden struikelde in Humo nog eens over deze foto van Herman Selleslags:

Alfred David, beter bekend als (Monsieur) Pingouin. De man (°4 mei 1933) verloor zin eerste vrouw en vijf kinderen vermeldt het artikel. In de jaren zestig kreeg hij als taxichauffeur een pinguïn cadeau van een klant die hem ook zo noemde vanwege zijn mankende stap. Het was het begin van een verzameling die tenslotte zou resulteren in 3850 stuks pinguïngerelateerde prullaria en twee pinguïnpakken die hij zelf geregeld aantrok. Zijn tweede vrouw liet hem vanwege die vreemde hobby in de steek, ook de pinguïns zelf diende hij tenslotte van de hand te doen (hij gaf ze weg aan een tombola). Toch vindt hij het niet jammer want in zijn hoofd zitten alle dieren er nog steeds, zelfs al zijn ze er fysiek niet meer.

Op youtube en andere filmsites is dit filmpje van hem te vinden:

Het is uiteraard lachen, gieren en brullen met die gekke man in zijn ridicule pakje, vooral met die oerburgerlijke achtergrond. De commentaren die steevast van het filmpje vergezeld gaan, liegen er niet om en toch ontroert het me. Niet omdat de man niemand kwaad doet of omdat zijn gekte onschuldig zou zijn, maar omdat het eerlijk is. Ik maal geen seconde om zijn verzameling maar de puurheid waarmee hij spreekt, mag en kan geen cynisme of sarcasme ontlokken. Een monkellach is misplaatst want het legt het eigen falen bloot, de eigen angst om uit de boot te vallen of anders te zijn.

Alfred David stelt zich kwetsbaar en naakt op en dat maakt hem sterk. Zijn oprechtheid dwingt respect af en de hoop dat er anderen, al dan niet in dierenpak, zoals hem zijn. Mensen die een eigen weg gebaand hebben in dit leven zonder daarvoor aan anderen afbreuk te moeten doen, die aantonen dat misantropie niet absoluut hoeft te zijn, dat er ook anderen zijn, die het waard zijn gered te worden. Ik geloof niet in reïncarnatie noch in een leven na de dood. En toch zal ik na het overlijden van Monsieur Pingouin naar de Antwerpse Zoo gaan en bij het bassin voor de pinguïns “Alfred” roepen, en een enkele seconde zal ik oprecht geloven dat hij de pinguïn is die me tegemoet komt.

Gotta work

Posted in Zonder categorie with tags , , , on oktober 21, 2008 by sezaar

The teddy bear’s picnic

Posted in varia with tags , , , , on oktober 10, 2008 by sezaar

In afwachting van een ernstige post over filosofie, muziek of literatuur (er staat een pak in de steigers), even dit verfrissende nieuws dat ik op een ander blog vond.

Bekijk de positie van Winnie The Pooh in de eerste foto:

Let nu eens op “de handleiding”:

Ben ik de enige die een grijns niet kan onderdrukken en zich ondertussen vragen stelt over de onschuld van de kinderziel?

Plug Me In

Posted in levensvragen with tags , , , , , , , on oktober 5, 2008 by sezaar

De Brusselse concertzaal AB heeft haar eigen community opgericht. Je kan er een profiel aanmaken en zoveel info kwijt als je zelf wilt. In de eerste plaats dient het uiteraard om aan te stippen welke concerten je gezien hebt en zal zien. Op die manier kan je bovendien muzikale buren en vrienden maken, mensen met wie je muzieksmaak overeenstemt. Mooi, handig en wie weet ontmoet je zelf de man/vrouw/- van je dromen op die manier. Tenslotte is een gelijkaardige muzieksmaak voor een beetje melomaan wel een voorwaarde voor een langdurige relatie. Tenzij men natuurlijk verkiest om continu met oortjes of hoofdtelefoon rond te lopen opdat de bagger van de andere niet gehoord zal worden.

In de eerste plaats is het natuurlijk een promovehikel voor de AB zelf, een nieuwe manier om aan klantenbinding te doen en mensen te lokken of aan zich te binden. Niets mis mee want wie niet mee stapt in de nieuwe ontwikkelingen is er aan voor de moeite en zal net als de dinosauriërs vroeg of laat uitsterven. De tijden zijn veranderd en wie niet mee is, blijft achter…. Maar wees eerlijk, bent u dat Web 2.0-gedoe ook niet kotsbeu? Wordt u het niet moe om altijd maar mee te zijn en nieuwe profielen aan te maken? MSN is nog niet koud of daar is myspace al. En voor wie niet van myspace houdt, is er wel virb, Vlaamse muziekliefhebbers kunnen zelfs kiezen voor een profiel bij Poppunts vi.be. Sinds enige maanden zit iedereen op facebook, al verkiezen professionelen het ernstigere linked.in.

Het vraagt haast een full-timejob om alle profielen bij te houden en up to daten, geen wonder dat het merendeel na enkele maanden op non-actief komt te staan.

Ik durf niet eens te zeggen wanneer ik de laatste keer mijn myspace-account geüpdate heb, laat staan die van de band (Grain Of Sand). Ik heb er geen tijd en geen zin in. Maar daar gaat het hier niet eens om. Belangrijker is wel de hoeveelheid persoonlijke informatie die mensen op een site, account of blog gooien. We zijn zo bang om onze privacy te verliezen en toch gooien we alles, tot en met onze schoenmaat, zomaar op het net waar iedereen het lezen kan.

Waarom doen we het? Omdat we mee willen zijn? Omdat we bang zijn de boot te missen? Omdat iets in ons toch verlangt om mee te tellen en iemand te zijn? Missen we de gemeenschap waarop we als zelfverklaarde intellectuele wereldburger zo graag spuwen? We hebben geen behoefte aan het klootjesvolk, we zoeken wel gelijkgestemde zielen…en dan doen we net hetzelfde als dat klootjesvolk: we leuteren over onze kleine beslommeringen en persoonlijk leed, alleen overgieten we het met wat moeilijke woorden. Ach, we willen nog steeds samenkomen op het café voor de kerk en samen dansen op de jaarlijkse dorpskermis, alleen durven we het niet met zoveel woorden te zeggen. En dus digitaliseren we het maar, want we gaan mee met onze tijd.

—–

“I’m a modern man, a man for the millennium, digital and smoke-free, a diversified multi-cultural post-modern deconstructionist, politically, anatomically, and ecologically incorrect. I’ve been uplinked and downloaded, I’ve been inputted and outsourced, I know the upside of downsizing, I know the downside of upgrading. I’m a high-tech lowlife, a cutting edge state-of-the-art bi-coastal multitasker, and I can give you a gigabyte in a nanosecond. I’m new wave, but I’m old school, and my inner child is outward bound. I’m a hot-wired, heat-seeking, warm-hearted cool customer, voice-activated and biodegradable. I interface with my database, and my database is in cyberspace, so I’m interactive, I’m hyperactive, and from time to time, I’m radioactive. Behind the 8-ball, ahead of the curve, riding the wave, dodging the bullet, pushing the envelope. I’m on point, on task, on message, and off drugs. I got no need for coke and speed. I have no urge to binge and purge. I’m in the moment, on the edge, over the top, but under the radar. A high-concept, low-profile, medium-range ballistics missionary. A street-wise smart bomb, a top-gun bottom-feeder. I wear power ties, I tell power lies, I take power naps, I run victory laps. I’m a totally ongoing bigfoot slamdunk rainmaker with a proactive outreach. A raging workaholic, a working rageaholic, out of rehab and in denial. I got a personal trainer, a personal shopper, a personal assistant, and a personal agenda. You can’t shut me up, you can’t dumb me down, ‘cause I’m tireless, and I’m wireless. I’m an alpha male on beta blockers. I’m a non-believer and an overachiever, laid back, but fashion forward, up front, down home, low rent, high maintenance; super size, long lasting, high definition, fast acting, oven ready, and built to last. I’m a hands-on, footloose, kneejerk headcase, prematurely post-traumatic, and I have a love child who sends me hate mail. But I’m feeling, I’m caring, I’m healing, I’m sharing, a supportive, bonding, nurturing, primary caregiver. My output is down, but my income is up. I take a short position on the long bond, and my revenue stream has its own cash flow. I read junk mail, I eat junk food, I buy junk bonds, I watch trash sports. I’m gender specific, capital intensive, user friendly, and lactose intolerant. I like rough sex, I like tough love, I use the F-word in my e-mails, and the software on my hard drive is hardcore, no soft porn. I bought a microwave at a minimall, I bought a minivan at a megastore, I eat fast food in the slow lane. I’m tollfree, bite size, ready to wear, and I come in all sizes. A fully equipped, factory authorized, hospital tested, clinically proven, scientifically formulated medical miracle. I’ve been prewashed, precooked, preheated, prescreened, preapproved, prepackaged, postdated, freeze dried, double wrapped, vacuum packed, and I have an unlimited broadband capacity. I’m a rude dude, but I’m the real deal, lean and mean, cocked, locked, and ready to rock; rough, tough, and hard to bluff. I take it slow, I go with the flow, I ride with the tide, I got glide in my stride. Drivin’ and movin’, sailin’ and spinnin’, jivin’ and groovin’, wailin’ and winnin’. I don’t snooze, so I don’t lose. I keep the pedal to the metal and the rubber on the road. I party hardy, and lunch time is crunch time. I’m hangin’ in, there ain’t no doubt, and I’m hangin’ tough, over and out.”
George Carlin