Archief voor september, 2008

I might need you to kill

Posted in levensvragen with tags , , , , on september 30, 2008 by sezaar

Oorspronkelijk wou ik met Neighborhood sniper gewoon even, ten dele uit balorigheid, een crue vraag stellen. Ik wist op voorhand dat de meeste mensen sowieso met “neen” zouden antwoorden en daar verder niet te veel over nadenken dan wel de geijkte antwoorden geven. Toen iemand mij die vraag stelde een slordige tien jaar geleden, was ik net als de rest van het gezelschap aanvankelijk geschrokken door de nihilistische ondertoon. In tegenstelling tot de andere meen ik echter dat dit een vraag is die uitnodigt tot een diepgaande zelfreflectie en bepaalde overtuigingen op de helling kan zetten. De directheid van de vraag stoot af, maar wie details wijzigt, krijgt opeens heel andere antwoorden. En dan komt de aap uit de mouw, in hoeverre zijn we principieel tegen het doden van een ander mens? Wanneer heiligt het doel de middelen, waar liggen de rechtvaardigingsgronden en hoe universeel zijn ze?

In mijn tweede post (That man I shot) verwees ik al naar het duale van dergelijke vragen en hoezeer een hellend vlak optreedt door enkele gegevens te wijzigen terwijl de kern (“een mens wordt doelbewust gedood”) niet veranderde. Het was niet mijn bedoeling er daarna nog dieper op in te gaan. Ik had kort verwezen naar een onderzoek hieromtrent en wou niemand vervelen met de boeken die ik daarrond verwerkt heb (ik ben oa ethicus van opleiding). Geïnteresseerden kunnen immers altijd enkele boeken rond ethiek raadplegen of een opleiding moraal volgen. Maar Roens post noopt opnieuw tot een post net omdat ik zijn antwoord vind getuigen van een verrassend hoog niveau van zelfkennis, zelfs al ben ik het niet helemaal eens met zijn “beweegredenen”.

Alexanders post “I know what’s good and what’s bad. I’m an American.” , over een documentaire rond Abu Ghraib gaf me extra redenen om nogmaals dieper in te gaan op de bereidheid tot wreedheid van “doodgewone mannen”. Vanuit onze luie stoel is het natuurlijk gemakkelijk om de andere te veroordelen maar hoe zouden wij in die situatie reageren? En wie zegt ons dat zij al was het maar voor zichzelf geen verschoningsgronden gevonden hebben? Als je één man mag doden om vijf te redden, mag je dan niet enkele mannen martelen om een heel land te redden? Waar begint het hellend vlak?

Het gaat ons namelijk nooit om de daad zelf maar om de rechtvaardiging achteraf. Zo zullen we geen mens doden maar wel als we daar anderen mee redden. En net zo zullen we wel gevangenen martelen omdat ze “beesten” zijn of omdat iemand anders ons van onze morele verantwoordelijkheid verlost. En dat is eigenlijk de essentie van alle vraagstelling rond wat goed is: wat houdt die persoonlijke morele verantwoordelijkheid in en waarom is de ene daad moreel laakbaar en de andere niet? Maar zelfs dat is te theoretisch en te gemakkelijk. Wie achter zijn studieboeken zit, kan een mooie theorie ontwikkelen rond moreel handelen en zijn leven er naar inrichten. Maar wie zegt dat hij er als het er echt op aankomt ook naar leven en handelen zal?

Wie geïnteresseerd is in sociale psychologie kent ongetwijfeld wel het gehoorzaamdheidsexperiment van Stanley Milgram en het beruchte Stanford prison experiment van Philip Zimbardo. Vereenvoudigd gezegd komt het hier op neer dat mensen geneigd zijn te gehoorzamen ook al druist dit in tegen hun opvattingen en gaat het gepaard met stress (Milgram). Daarenboven werken macht en dehumanisering corrumperender dan men zou denken. Zelfs mensen die uit tests naar voor komen als zachtaardig zijn in staat zich razendsnel tot sadistische beulen te ontwikkelen (Zimbardo). Het volstaat gewoon niet om het te geloven of zelfs te weten want ons instinct en programmering is te groot. Het vergt een ongekende wilskracht en zelfkennis om in te gaan tegen wat ons aangeleerd en aangeboren is. We zijn groepsdieren die willen gehoorzamen aan het alfa-mannetje, dat heeft ons altijd in het voordeel gespeeld.

Ik ben in 2001 afgestudeerd als ethicus en ik heb nog steeds het antwoord niet op wat goed handelen dan wel zou zijn, laat staan dat ik de trekker of de hendel over zal halen of niet. Ik weet dat ik die beslissing pas zal kunnen maken op het ogenblik dat ik ze moet maken. En ondanks alle rationalisering ten goede of ten kwade achteraf, zal het een confrontatie met mijn geweten zijn en met wie ik werkelijk ben. Het gaat namelijk niet om de daad zelf maar of je ermee kan leven. En als ik al eens arrogant denk dat ik wel tegen de stroom in zou durven roeien, dan zet The Mighty Mighty Bosstones – The Impression That I Get me wel op mijn plaats:

I’m not a coward, I’ve just never been tested
I’d like to think that if I was, I would pass.
Look at the tested and think there but for the grace go on
I might be a coward, I’m afraid of what I might find out.

Advertenties

That man I shot

Posted in levensvragen with tags , , , on september 24, 2008 by sezaar

Zoals ik verwacht had, antwoordde iedereen “nee” op mijn vraag of ze iemand zouden neerschieten. Het tegendeel zou me verbaasd hebben. Zoals het in de filosofie betaamt, bestaat elk gedachte-experiment uit verschillende vormen. Bij een aantal ervan wordt ook de fysische respons getest als ook welke delen in de hersenen oplichten. Hier is dat uiteraard niet mogelijk maar ik geef u twee situaties met opnieuw dezelfde vraag: neem je een menselijk leven?

Situatie 1: Dit is net dezelfde situatie als in ons eerste experiment, alleen weet je dat de man die je in het vizier hebt, in de toekomst landen in oorlog zal storten en verantwoordelijk zal zijn voor het lijden van miljoenen. Zonder in een discussie over morele verantwoordelijkheid of historische accuraat te vallen, maw iemand als de mythische/iconische interpretatie van Hitler of Stalin. Zou je nu wel de trekker overhalen, ook al heeft hij of zij nog geen enkele van die daden gesteld?

Situatie 2: Een wagon is losgekoppeld van de trein en stormt recht op groep mensen af. De enige mogelijkheid om de mensen te redden is door een hendel over te halen waardoor de wagon van spoor wisselt. Alleen is op dat andere spoor iemand vastgebonden en is er geen tijd om die man/vrouw nog te redden. Je hebt met niemand een persoonlijke band. Ben je bereid de hendel over te halen en zo een leven op te offeren om andere te redden?

Uiteraard zijn er nog heel varianten op deze testen. De Amerikaanse psycholoog Marc Hauser heeft verschillende van deze test opgesteld. Zo maken veel mensen een onderscheid tussen actief een daad stellen (bijvoorbeeld iemand verdrinken) en nalaten iets te doen (iemand niet redden van een verdrinkingsdood) zelfs als de dader in beide gevallen de intentie had iemand te doden.

Rita Carter geeft een aantal andere voorbeelden en plaatst een link naar Moral Sense Test van Hauser waar je zelf enkele tests kan doen. Het kan confronterend zijn maar vergeet nooit wat Elsschot zei:

Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad

staan wetten in de weg en praktische bezwaren,

en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,

en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.

Neighborhood sniper

Posted in levensvragen with tags , , on september 22, 2008 by sezaar

Een klein gedachtenexperimentje:

In een verlaten huis bevindt zich een sluipschutter. Hij heeft iemand in het vizier, plots keert hij zich om en vraagt of jij soms zin hebt om de trekker over te halen. Niemand zal ooit weten wat je gedaan hebt, er volgt geen straf of achtervolging. Er zal geen oordeel van anderen volgen, moreel noch juridisch want zij weten het niet. Ook de sluipschutter zal je niet straffen noch belonen. Er is geen gevaar en geen druk. Overigens weet je niet of de sluipschutter al dan niet zelf de trekker zal overhalen als jij weigert. Het is dus zeker niet zo dat je een leven redt door het te laten. Er is geen zekerheid over het lot van het mogelijke slachtoffer. Het enige wat vaststaat, is dat jij op dat moment de keuze hebt om iemand (een onbekende) te doden zonder dat het voor jou gevolgen zal hebben. Haal je de trekker over of niet?

Waiting around to die

Posted in boeken with tags , , , , on september 9, 2008 by sezaar

Men zegt wel eens dat wie een goed boek heeft, nooit alleen is. Daar valt veel voor te zeggen. Een enkele keer raakt een specifieke passage uit een boek de lezer zelf in die mate dat hij(*) niet anders kan dan de passage kopiëren. U hebt ongetwijfeld net als ik talloze papieren liggen met dergelijke tekstfragmenten die u ontroerden, deden lachen of verkilden wegens te herkenbaar. Ik ga niet elke passage die ik ooit (h)erkende hier weergeven want teveel blikken in mijn ziel zijn niet goed. Bovendien vraagt het ook een zekere verwantschap om te begrijpen waarom een passage me raakte, laat staan op welke manier.

Het volgende deeltje heb ik uit het uitstekende Q van Luther Blisset geplukt. Luther Blisset is een Italiaans (schrijvers)collectief dat momenteel onder de naam Wu Ming (geen naam) opereert. Het boek is gedrukt en verschenen in verschillende talen maar kan net zo goed gratis online gelezen en gedownload worden. Q verhaalt de wedervaren van een niet bij naam genoemde anabaptist/hervormer en zijn tegenstander Q (een spion van kardinaal Carafa – de latere paus Paulus IV), wiens naam verwijst naar Qoheleth (of Prediker uit het Oude Testament) tijdens de woelige periode van kerkelijke hervormingen en schisma’s die door Luther in gang gezet werden en dertig jaar bestrijken.  Beide “hoofdpersonages” staan elk aan een andere kant al ontmoeten ze elkaar pas op het einde van het boek wanneer beiden de strijd min of meer opgegeven hebben.

De geciteerde passage zit achteraan in het boek wanneer de hervormingsbewegingen geïnstitutionaliseerd (Luther) dan wel verslagen zijn (Müntzer, Van Leiden,…)

(*) Hij wordt hier als geslachtelijk onbepaald beschouwd. Ook al is het merendeel van de fictielezers vrouw, toch verkies ik “hij”, ik ben het zo gewoon. Zoek er verder niets achter.

———————————————-

‘You’ve known the world of letters and the world of arms. You’ve fought for something you believed in, and you’ve lost your cause but not your life. You understand, I’m talking about the sense of life that people like you and I share, the inability to stop, to grow comfortable in some hole somewhere, waiting for the end; the idea that the world is nothing but one great piazza in which peoples and individuals come face to face, from the most drab to the most bizarre, from cut-throats to princes, each with his own unique story, which contains everyone’s story. You must have known death, loss. Perhaps you had a family somewhere in those Northern lands. There must have been many friends, lost along the way and never forgotten. And who knows how many scores to be settled, destined to be left open.
The fire lights half his face, making him look like a fairy-tale creature, a gnome, wise and scheming, or perhaps a satyr, whispering secrets in your ear. His little eyes flash with the flames.
That’s what I’m talking about, you see? The impossibility of stopping. It isn’t right. It never is. We should have made other choices, a long time ago, it’s too late now. Curiosity, that insolent, stubborn curiosity to know how the story is going to end, how life will end. It’s about that and nothing else. It’s never a question of profit alone that leads us around the world, it’s never only hope, war… or women. It’s something else. Something that neither you nor I will ever be able to describe, but which we know very well. Even now, even at a point when you seem too far removed from things, the desire to know the ending is still within you. The desire to see some more. There’s nothing left to lose when you’ve lost everything already.

Luther Blisset – Q

The Collector

Posted in muziek with tags , , , , , on september 4, 2008 by sezaar

Niemand wil grootste platencollectie

Record Rama Sound Archives in Pittsburgh (VS), met drie miljoen exemplaren het grootste privé-platenarchief ter wereld, houdt er mee op. De eigenaar, verzamelaar Paul Mawhinney (69), is ziek. Hij hoopte de voorbije maanden zijn collectie voor minstens 3 miljoen euro van de hand te doen, maar niemand bleek geïnteresseerd.

Paul Mawhinney begon ruim vijftig jaar geleden aan zijn collectie. Zijn eerste plaatje was Jezebel van Frankie Lane. Over de jaren verzamelde hij zowat alles wat hij te pakken kon krijgen. Zijn collectie is een weergave van de hele geschiedenis van muziekopnames, zowel in tijd (zijn oudste plaat dateert van 1886) als in genre (onder meer klassieke muziek, rock, folk, blues, country, jazz, new age en comedy). Ruim de helft van alle muziek in de collectie werd nooit afgespeeld.

Paul Mawhinney noemde zijn collectie expliciet archief . Daarover zei hij: ‘Ze is de soundtrack van ons leven’. Dat zijn collectie uniek is, blijkt uit het feit dat 83 procent van wat hij in zijn geklimatiseerd magazijn opgeslagen heeft, nog steeds niet op cd verschenen is. Dat deel blijft tot op vandaag nog steeds voor het grote publiek ontoegankelijk.
Mawhinney is intussen 69 en bijna blind. Hij lijdt aan suikerziekte en heeft financiële problemen. Daarom besliste hij samen met zijn vrouw om hun gigantische collectie van de hand te doen. Een weloverwogen keuze, zegt hij. Volgens kenners is de verzameling van 1 miljoen elpees, 1,5 miljoen singles, 300.000 cd’s en ongeveer 200.000 muziekcassettes minstens 34 miljoen euro waard. Eén van de stukken, een uiterst zeldzaam album van The Rolling Stones, zou tussen de 4.000 en 7.000 euro waard zijn.

Omdat Mawhinney eraan twijfelde of ooit iemand met zoveel geld over de brug zou komen, zette hij ruim vier maanden geleden zijn hele collectie op de veilingsite Ebay voor een startbedrag van ‘amper’ 3 miljoen euro. Er kwam niet één bod. Mawhinney had gehoopt dat er minstens enkele musea, een radiostation misschien, een overheidsinstelling of een cultuurminnende miljonair geïnteresseerd zouden zijn, maar niemand reageerde. Dat stelde hem zeer teleur. Omdat hij zijn collectie blijkbaar zelfs niet aan de straatstenen kwijtraakt , moest hij de huurovereenkomst voor zijn platenmagazijn verlengen. Dat bezorgt hem nu nog meer financiële kopzorgen.

Uit De Standaard van 03 september 2009

—–

Als rechtgeaarde muziekliefhebber en neurotisch verzamelaar bloedt mijn hart als ik zoiets lees. Terwijl de overheid, privé-verzamelaars en bedrijven zonder nadenken miljoenen neerleggen voor enkele klodders verf op een doek waarbij in een aantal gevallen zelfs de authenticiteit onzeker is, kijkt ditmaal iedereen een andere kant op.  Omdat het maar muziek is. Omdat het maar populaire muziek is en de waarde daarvan in de ogen van velen nihil is. Maar ook al zal er vanuit kunsthistorisch oogpunt zeker en vast bezwaren geopperd kunnen worden tegen de methodiek van het bewaren alsmede de wetenschappelijke waarde tout court (hoe divers/volledig/… is de verzameling) kan er evenmin voorbij gegaan worden aan de potentiële waarde van de verzameling. Ook zonder de eerste persingen en “collector items” blijft de collectie een immense getuigenis en tijdsopname van een cultuuruiting die al even oud is als de mensheid zelf.

Maar zelfs los van de mogelijke waarde, blijft het indrukwekkend om te zien hoe iemand gedurende zijn leven een collectie opbouwde vanuit een innerlijke noodzaak. Er zit een tragiek in die heroïsch is want zoals elke (helden)daad de facto nutteloos en idioot. Dit is de mens op zijn mooist en lelijkste tezelfdertijd: neurotisch objecten verzamelen om het verzamelen zelf. Want hoe lang blijft zijn of haar naam gekend als verzamelaar en zelfs als de naam op zich overleeft, wat weten we dan meer? Net als alle andere historische figuren en gebeurtenissen verwordt het tot een louter feit dat neergepend staat. Een naam zonder een echt gezicht met de verzameling als enige bewijs dat iemand het ooit waardevol genoeg achtte om er zijn leven aan te wijden.

Verzamelen is in essentie een zinloze daad die het nutteloze (want niet productief) tot het hoogst haalbare optilt maar ook teniet doet en neerdrukt door in zijn loutere kwantiteit de inwisselbaarheid bloot te leggen.  De relativering van een muziekstuk kan niet harder benadrukt worden dan door binnen een eindeloze stroom gelijk(w)aardige producten geplaatst te worden, tot zover de uniciteit. Elke verzameling lijdt aan de paradox dat het enerzijds een object uit zijn gebruikswereld en achtergrond plukt om in de kijker te zetten maar dat het anderzijds net nog meer zijn nutteloosheid en banaliteit duidelijk maakt doordat het slechts een van de vele is.  Een atleet die wint van tien andere is een kampioen, de eerste die over een streep gaat maar in zijn kielzog een massa meesleurt is slechts de voorbode. Voor hem of haar is geen roem weggelegd, de concurrentie is te groot waardoor het competitie-element wegvalt.

En toch geloof ik dat een dergelijke collectie niet mag verbrokkelen en zelfs nog  moet groeien. Hoe kan ik ook anders wanneer mijn eigen verzamelingen (strips, boeken, films, cd’s,…) steeds maar aangroeit en sommige aanwinsten zelfs een half jaar (of langer) na hun aankoop nog verpakt zijn? Is mijn verzameling (hoe klein en nietig ook in vergelijking met bijvoorbeeld deze) dan even waardeloos en zinloos? Is het dan niet meer dan een krampachtige poging om mijn eigen sterfelijkheid te ontkennen? Ongetwijfeld maar het geeft me ook rust. Ik weet dat ik nooit alles zal kunnen beluisteren, alles zal kunnen lezen of alles bekijken. Daarvoor zou ik verschillende levens moeten leiden en een oneindig grote en raadpleegbare geheugenruimte moeten hebben. De rust komt uit het besef dat ik de keuze heb: de keuze om x of y te beluisteren wanneer ik dat wens maar ook de keuze om het niet te doen. En daarom is een verzameling nuttig en waardevol. Niet om wat ze ons toont en beschikbaar maakt maar om dat ze ons de kans geeft om iets te laten.

Misschien moeten we maar eens met de klak rondgaan…

meer info:

http://www.thegreatestmusiccollection.com/

Honky tonk women

Posted in Zonder categorie with tags , , , on september 2, 2008 by sezaar

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam het grote gevaar duidelijk niet van De Duitsers of Japanners maar wel van vrouwen!

In de jaren negentig had men daar gelukkig een antwoord op:


En hoe beschermen we onze troepen tijdens deze oorlogen?

(We plaatsen er bij gelegenheid nog andere)


Doe de bulderdrang

Posted in boeken with tags , , , , on september 1, 2008 by sezaar

“Hij was een groot schrijver, waarschijnlijk zelfs de grootste die we ooit gehad hebben. Of ik iets van hem gelezen heb? Nee dat niet. Maar dat hij groots was, dat weet ik.”  Zowat iedereen zei het over Hugo Claus na zijn zelfgekozen dood maar ik zeg het met evenveel pretentie over Jean-Marie Berckmans. Omdat het de waarheid is, miljaar!

Claus werd bij leven gefêteerd en stond op goede voet met eerste minister  Guy Verhofstadt. Het was een eer om Hugo met de voornaam aan te mogen spreken en in zijn nabijheid te vertoeven. Zijn dood was groots en heldhaftig volgens de kranten, een laatste sneer naar het kleinburgerlijke katholieke Vlaanderen dat hem voortgebracht had en waaraan hij zich had weten te ontworstelen. De polemiek die volgde op zijn sterven was gênant. Kardinaal Danneels liet zijn onvrede blijken bij zoveel vreugdekreten rond wat hij behoudens de katholieke ideologie als een vlucht en een afwijzen van God beschouwde. Kleine schrijvers maakten er misbruik van om zichzelf in de kijker te zetten net zoals ze tijdens zijn leven al gedaan hadden. Dwergen die op de schouders van reuzen staan en stonden maar toch niets zagen. Een volgelopen Bourla en een uitzending op de staatszender. Niet slecht voor een man die ooit als rebel en anti-establishment beschouwd werd. De lauwerkransen stijgen iedereen naar het hoofd, vooral als ze een romeinse kop hebben waarschijnlijk.

Maar dit is geen proces van Claus. Tenslotte stond hij in zijn bloot gat op het podium en shockeerde hij daarmee de goegemeente. Berckmans stond in zijn onderbroek met urinevlekken op een kleiner podium en bracht niemand van zijn stuk maar dat was ook zijn bedoeling niet. (Waarom zijn we die beruchte avond niet gaan kijken terwijl we toch geïntrigeerd waren door zijn Circus Bulderdrang?) Dit is een proces van de media en van de literaire wereld die als slippendragers rond Claus hing omdat hij aanvaardbaar was, omdat zijn rebellie en tegendraadsheid geüsurpeerd was door de maatschappij. Omdat hij de nar geworden was die de goegemeente graag had. “Toon ons nog eens hoe kleinburgerlijk we zijn, Hugo.”

Berckmans was ook een nar, maar een die stonk en misvormd was. Hij was niet spitsvondig of erudiet maar zijn taal was die van de grootstadjazz. Zijn woordenvloed zoals die onder andere in interviews naar voor kwam was indrukwekkend en antivlaamser dan wie dan ook. Het was de polsslag van de stad bij avond, druk en chaotisch maar ook bezwerend en soms zelf ronduit irritant. Berckmans was een marginaal die van het OCMW leefde en valse tanden had. Toen Stijn Tormans (Knack) hem bezocht, diende die langs het raam naar binnen te klimmen want er was iets met de deur. Berckmans leefde in afgeleefde huizen en kalkte op de muren “Angst” en “Broekschijterij”.

In het nieuws werd Berckmans dood gereduceerd tot een fait divers:

Schrijver-kluizenaar Jean-Marie Berckmans dood
zo 31/08/08 20:20 – In Antwerpen is schrijver-kluizenaar Jean-Marie Henri Berckmans overleden. Hij werd 54 jaar.

Berckmans debuteerde in de jaren 60 maar raakte snel aan lagerwal. Van zijn 19e tot 23e verbleef hij in psychiatrische inrichtingen.

Berckmans schreef vooral over mensen die aan de rand van de maatschappij stonden.

Sinds de jaren 90 publiceerde hij elk jaar een boek. Bekend is zijn “Je kunt geen twintig zijn op suikerheuvel”. Berckmans sloeg niet echt aan bij het grote publiek, maar had een kern van enthousiaste lezers.

Vandaag staat er al niets meer online. Zo weinig betekende hij in Vlaanderen. En toch is het opvallend hoeveel indruk hij maakte op wie, al was het maar zijdelings, met hem te maken kreeg. Tormans bijvoorbeeld omschrijft hem als “de man die, tegen het woeden van de tijd, verpletterde proza schreef. Over Barakstad. En de pijn die weerloos maakt.”  Zijn optredens waren “allemaal zo eerlijk en oprecht geweest dat het fysiek pijn deed.” En zijn lach was die “van een man alleen in een afschuwelijk normale wereld.” Het is schrijnend dat Tormans een van de weinigen is die iets over zijn dood wil schrijven, maar het maakt zijn stuk eerlijker en oprechter. Hiermee zijn geen punten bij de cultuursnob te verdienen, alleen een kleine instemmende knik van hen die het ook weten maar er niet mee te koop lopen.

Misschien is het wel omdat we ons onlangs weer verdiept hebben in de Griekse filosofie dat we spontaan de analogie  maakten tussen Claus en Berckmans als de toonaangevende filosofen Socrates en Diogenes. Beiden groots in hun denken en beiden hielden ze de maatschappij een spiegel voor. De ene op een verheven wijze door vraagstelling en doordachte theorieën, de andere door te masturberen op het plein en de schurftigheid van de mens consequent aan te vallen, door te leven als een hond (ooit meer daarover). Socrates stierf net als Claus een zelfgekozen dood, en die werd beweend door discipelen waarvan het merendeel alleen in zijn licht iets te betekenen had. Diogenes, de hond die alle pracht en praal afzwoer, stierf naar men zei door zijn adem in te houden. Haast achteloos. Een beetje zoals Berckmans dus: sereen en stil in de zetel van zijn OCMW-appartement.

Op de site van De Brakke Hond staan enkele teksten van hem te lezen. Laat het een uitnodiging zijn om hem, al is het dan zijn dood, toch nog te leren kennen. Waarom? Omdat hij misschien niet de grootste van onze schrijvers was, maar wel de meest eigenzinnige.

————–

Een voorproefje:
Soms denk ik weh iz mir en doemen de zwartgeblakerde zes miljoen weer op.
Bijna moet dan kotsen, kotsebie, kotseboe, kotseblablabla.
Dan kots ik bijna op de tafel in de woonkamer en vloeken ma en pa maak dat ge op het schijthuis zijt.
Dan ga ik kotsen op het schijthuis.
De sjas is niet meer dat, zegt pa, er blijven drollen drijven in het water.
Het vruchtwater, denk ik, en denk onverrichterzake (ongevonden tederheid)
aan de bejankte hysterectomie van het Kieken Kokodee.
En mijn gedachten gaan terug naar den tijd.
Maar niet voor lang, niet voor lang.

J.M.H. Berckmans :: De menagerie van de schamele drie