Katherine Dunn :: Geek Love

Wat doe je als je rondreizend circus niet meer het publiek trekt dat het vroeger had? Dan zorg je toch gewoon voor nieuwe attracties? En welke lokken er meer volk dan freaks? Alleen waar vind je ze en zullen ze trouw blijven? Aloysius “Al” Binewski heeft daar het perfecte antwoord op gevonden: je kweekt ze gewoon zelf.

In Geek Love (1989) vertelt Katherine Dunn het verhaal van de familie Binewski. Het verhaal speelt zich zowel in het narrativeve nu als het verleden af, waarbij Olympia “Oly” Binewksi (dochter van), een kale albinodwerg met bochel, als verteller optreedt. Ongeveer twintig jaar na de val het circus Binewksi huurt Oly een kamer bij haar moeder Crystal Lil, alleen herkentt Lil haar dochter Oly niet. Miranda, een andere huurster en kunststudente, is de dochter van Oly en kleindochter van Lil, alleen is zij net zo min op de hoogte van het bloedverwantschap daar Oly haar op aansporen van de vader opgaf voor adoptie.

In de kadervertelling volgt Oly de wedervaren van haar dochter, die als speciale stripteaseuse aan de kost komt (ook al heeft ze een “trustfund” dat in haar onderhoud helpt voorzien). Wanneer Miranda de aandacht trekt van filantrope en industrieel Mary Lick, die er vreemde ideeën op nahoudt wat mensen helpen betreft, besluit Oly in te grijpen in de hoop haar dochter te beschermen.

Het andere verhaal, over de opkomt en ondergang van de familie Binewksi, is een boek binnen een boek: Oly schrijft voor haar dochter de hele familiegeschiedenis neer. De spilfiguur binnen dit verhaal is Arturo (Arty) die in plaats van armen en benen vinnen heeft en aanvankelijk als waterjongen zijn act brengt. Maar wanneer zijn jongere zusjes, de siamese tweeling Electra (Elly) en Iphigenia (Iphy) een succesvollere act hebben dan hem wordt hij ziekelijk jaloers. Als een geboren verleider en charmeur bouwt Arty zijn act om tot een religieuze/spirituele act die steeds meer volgelingen trekt en zelfs tot een een eigen religie uitgroeit (arturisme) waarbij het afstaan van ledematen tot een beter inzicht en mentale vrede leidt.

Met behulp van zijn ogenschijnlijk normale jonge broertje Fortunato (Chick) en een solitair levende, emotieloze arts die de amputaties op de dolgelukkige discipelen uitvoeren, neemt zijn succes stormenderhand toe, tot voor iedereen duidelijk wordt dat niet langer stamvader Al maar wel Arty de echte baas van het circus (geworden) is. Ondanks zijn naam en faam, die naast de nodige devote volgelingen ook charlatans en sceptici trekt, slaagt Arty er maar niet om zijn jaloerse gevoelens jegens zijn familie te overwinnen. Hij heerst over hen maar hoe ze over hem denken, kan hij niet controleren. Zijn obsessies leiden uiteindelijk niet alleen tot de val van zijn familie en het circus maar ook van zijn eigen religieuze beweging. Oly is een van de weinigen die het navertellen kan.

Tien jaar heeft Dunn er over gedaan om dit verhaal neer te pennen. Het sterkste en meest tot de verbeelding sprekende verhaal is uiteraard dit van de familie Binewski omdat de personages enerzijds allemaal uiterlijk grotesk zijn maar anderzijds opvallend menselijk in hun gedrag, angsten en verlangens. Dunn weet de innerlijke tweestrijd van Arty treffend weer te geven waardoor hij veel meer dan een monster vooral een tragisch figuur wordt wiens hoop op liefde en erkenning alleen maar een uitweg vindt in een totalitair machtsstreven (het mag niet verbazen dat Dunn zich liet inspireren door Jim Jones en het drama van Jonestown).

De raamvertelling start als niet meer dan een overbodige aanzet voor het kernverhaal maar krijgt gaandeweg een interessante wending dankzij de komst van Mary Lick (een vrouw van bijna twee meter) die in meerdere opzichten gelijkenissen vertoont met Arty en het als haar missie beschouwt om arme maar knappe (en intelligente) meisjes op het juiste pad te krijgen. Bovendien is ze er rotsvast van overtuigd dat voor geld alles te koop is en dat een juist doel de middelen heiligt. Dunn weet net als bij Arty van Lick een tragisch figuur te maken die verblind is door haar eigen overtuigingen. Dat beide verhalen elkaar in verschillende hoofdstukken afwisselen, onderstreept bovendien dat er in beide vertellingen een gelijkaardige onderstroom en thematiek heerst.

Hoewel er geen tijdsaanduiding is, zal eenieder het Binewski-verhaal in de jaren dertig situeren en ongewild de link leggen met de reeks Carnivale en Tod Brownings Freaks. Met de reeks heeft het verhaal zijn spirituele ondertoon gemeen (Arty en Brother Justin spelen de rol van messias voor de verschoppelingen) terwijl het samenleven in een circus en de focus op de “freaks” als doorsnee mensen duidelijk schatplichtig is aan Brownings film.

In 2004 werd bekend gemaakt dat Terry Gilliam (samen met Johnny Depp) interesse heeft om het verhaal te verfilmen maar niet aan de financiële middelen zal geraken. Er circueleren ook al enige jaren geruchten als zou Tim Burton zich over het project ontfermen. Het boek bevat hoe dan ook voldoende excentrieke personages en een sterke narratieve opbouw om een verfilming door een regisseur met visie en afiiniteit voor het verhaal te rechtvaardigen.

Advertenties

2 Reacties to “Katherine Dunn :: Geek Love”

  1. Wordt dat niet vervelend als Arty, Oly, Elly, Iphy en Chick samen een passage delen?

    ’t Is bijna Dave, Dee, Dozy, Beaky, Mick & Tich. 🙂

  2. Zolang ze niet beginnen zingen, niet nee. 😉

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: