Archief voor juli, 2008

Lazy

Posted in Zonder categorie with tags , , , on juli 31, 2008 by sezaar

Advertenties

Alan Moore & Brian Bolland :: The killing Joke (1988)

Posted in boeken with tags , , , , on juli 24, 2008 by sezaar

See, there were these two guys in a lunatic asylum…

Met deze ene zin zetten Alan Moore en Brian Bolland meteen de toon voor wat op het moment van publicatie een baanbrekende en invloedrijke visie op Batman en zijn aartsvijand The Joker zou zijn. Na jaren niet meer dan een doldrieste dwaas en flauwe grappenmaker te zijn geweest, werd The Joker in ere hersteld. Hij werd opnieuw een allesvernietigende kracht waarmee rekening diende gehouden te worden.

Het verhaal start met Batman die aan Joker voorstelt om de krankzinnige variant op de potlach te beëindigen en de strijdbijl te begraven, zoniet zal vroeg of laat een van beide sterven onder de handen van de andere. Alleen is The Joker ontsnapt en is zijn plaats ingenomen door een plaatsvervanger. Op datzelfde moment duikt de echte Joker op in een verlaten pretpark, eentje dat naar eigen zeggen geschikt is voor zijn plan.

En dan schakelt het verhaal een eerste maal over naar het verleden, vooraleer The Joker de criminele clown werd en nog een doodgewone werkloze sukkel en mislukte stand up comedian was die er het beste van probeerde te maken voor zijn vrouw en ongeboren kind. Zijn precaire situatie leidt hem naar twee criminelen die via de chemiefabriek waar hij werkte een ander gebouw binnen willen breken. Maar het plan mislukt grandioos: niet alleen sterft zijn zwangere vrouw bij een banaal ongeluk, ook de overval eindigt catastrofaal. De twee gangsters worden neergeschoten terwijl de latere Joker op de vlucht voor Batman in een vat zuur valt met alle gekende gevolgen vandien…

In het heden wil The Joker bewijzen dat eenieder in zijn situatie op eenzelfde manier zal eindigen:

“All it takes is one bad day to reduce the sanest man alive to lunacy. That’s how far the world is from where I am. Just one bad day. You had a bad day once. Am I right? You had a bad day and everything changed.”

Waarom zou Batman, een volwassen man, anders in een reusachtig vleermuizenpak rondlopen? En waarom zou de door hem ontvoerde commisaris Gordon niet plooien? Wie zou niet vluchten in waanzin, of zoals The Joker zelf zegt: “Madness is the emergency exit. You can just step outside, and close the door on all those dreadful things that happened. You can lock them away… forever.”

Maar Gordon breekt niet, ondanks alle vernederingen en psychische terreur blijft deze “average man” vasthouden aan zijn waarden en schreeuwt hij Batman toe dat het allerbelangrijkste is om aan The Joker (en in casu de wereld) te tonen dat het systeem werkt. Dat waanzin of wraak niet de enige uitwegen zijn. Dat iemand ten alle tijde een keuze heeft.

En daar komt de essentie van het verhaal naar boven: wie heeft gelijk? The Joker (en Batman) of Gordon? Werkt het systeem of is waanzin werkelijk de nooduitgang? Wie er dieper over nadenkt, beseft dat beiden gelijk hebben. De omstandigheden maken de man (of vrouw) niet, ze halen alleen naar boven wat er al inzit. De tragedies in The Joker zijn leven hebben hem niet gemaakt tot wat hij is, hij was het al alleen ontbrak die ene vonk. In het verhaal verwijst hij daar zelf al naar wanneer hij over de omstandigheden die hem gecreëerd hebben, praat: “Sometimes I remember it one way, sometimes another… if I’m going to have a past, I prefer it to be multiple choice.” Uiteindelijk is het niet belangrijk of hij al dan niet zijn vrouw en kind verloren is, de waanzin loerde altijd al om de hoek als een roofdier dat rustig zijn tijd afwacht om dan genadeloos toe te slaan.

Opnieuw licht The Joker een tip van de sluier en het zelfbesef op wanneer hij een naakte Gordon aan zijn volgelingen toont:

“Ladies and Gentlemen! You’ve read about it in the papers! Now witness, before your very eyes, that most rare and tragic of natures mistakes! I give you: the average man. Physically unremarkable, it instead possesses a deformed set of values. Notice the hideously bloated sense of humanity’s importance. Also note the club-footed social conscience and the withered optimism. It’s certainly not for the squeamish, is it? Most repulsive of all, are its frail and useless notions of order and sanity. If too much weight is placed upon them… they snap. How does it live, I hear you ask? How does this poor pathetic specimen survive in todays harsh and irrational environment? I’m afraid the sad answer is, “Not very well”. Faced with the inescapable fact that human existence is mad, random, and pointless, one in eight of them crack up and go stark slavering buggo! Who can blame them? In a world as psychotic as this… any other response would be crazy!”

Misschien beseft hij het, misschien weet hij het alleen onbewust maar een aantal onder ons zullen de ene nooduitgang zoeken terwijl anderen een antwoord en zingeving vinden in een ander toevluchtsoord. Slaat hij daarom Batmans hand af wanneer deze hem een uitweg biedt? Is het zoals hij zelf zegt, te laat voor hem? Hoogstwaarschijnlijk wel, want wie een bepaald pad ingeslagen is kan niet meer terugkeren. Waanzin is aangeboren, alleen komt ze niet snel tevoorschijn, hoewel…all it takes is one bad day.

NB: de grap in kwestie waarmee het hele verhaal begint, krijgt in het licht van het verhaal een heel eigen dimensie. Ook waanzin volgt een logica:

See, there were these two guys in a lunatic asylum… and one night… one night they decide they don’t like living in an asylum any more. They decide they’re going to escape! So like they get up on to the roof, and there, just across the narrow gap, they see the rooftops of the town, stretching away in moon light… stretching away to freedom. Now the first guy he jumps right across with no problem. But his friend, his friend daren’t make the leap. Y’see he’s afraid of falling… So then the first guy has an idea. He says “Hey! I have my flash light with me. I will shine it across the gap between the buildings. You can walk across the beam and join me.” But the second guy just shakes his head. He says… he says “What do you think I am, crazy? You would turn it off when I was half way across.”

Lean on me

Posted in muziek with tags , , , , on juli 15, 2008 by sezaar

Bij het lezen van Roens mijmeringen was ik naar Bobbejaan Schoepens Verankerd aan het luisteren. Tweemaal herkende ik het gevoel, ik hoop dat je uit het nummer troost kan putten Roen.

“Als je oud bent als je ziek bent geen toekomst meer je bent verankerd

Te dragen te verwerken geen leven meer uitgekankerd en ontredderd leg ik mij weer neer

Als ik koud heb en ik lig in bed de ochtend zint me niet die deelt alleen verdriet

‘k ben verraden en veranderd de toekomst wordt vooraan bepamperd

Moeten wij dan niet meer leven mogen wij niet meer doodgaan

Moet ik mijn leven geven mag ik dan niet teloor gaan

Als je oud bent als je rijk bent de glorie is onbelangrijk weemoedigheid te beperken

De dagen zijn zo vergankelijk en gelaten leg ik mij weer neer

Als ik angst heb en ik lig in bed de nacht die zint me niet die deelt alleen verdriet

De overvloed ben ik vergeten ik kan per dag maar een keer eten

Moeten wij dan niet meer leven mogen wij niet meer doodgaan

Moet ik mijn leven geven mag ik dan niet teloor gaan

Als je oud bent je ervan afwendt het verleden wordt zo belangrijk uit te dragen

Te beschermen de tijden zijn zo vergankelijk en nergens leg ik mij bij neer.”

Bobbejaan – Verankerd

Alle Menschen werden Brüder

Posted in Zonder categorie with tags , , on juli 7, 2008 by sezaar

Test your BQ (Brotherhood Quotient):


B.Q.” stands for “Brotherhood Quotient.” : Quiz-format public service page on racial equality and equal opportunity. Gepubliceerd in Comics in de jaren vijftig. Test je burgerzin voor kinderen maw.

O tempore non suspecto.

Banjo man

Posted in muziek with tags , , , on juli 7, 2008 by sezaar

In het diepst van mijn gedachten ben ik deze man. Jammer genoeg voor mijn buren probeer ik het ook in het echte leven te zijn. Ik ken voorlopig twee akkoorden, G en D…

Universe & U

Posted in Zonder categorie with tags , , , , on juli 6, 2008 by sezaar

A man said to the universe:
“Sir, I exist!”
“However,” replied the universe,
“The fact has not created in me
A sense of obligation.”

Stephen Crane – A man said to the universe (1899)

Katherine Dunn :: Geek Love

Posted in boeken, Zonder categorie with tags , , , on juli 4, 2008 by sezaar

Wat doe je als je rondreizend circus niet meer het publiek trekt dat het vroeger had? Dan zorg je toch gewoon voor nieuwe attracties? En welke lokken er meer volk dan freaks? Alleen waar vind je ze en zullen ze trouw blijven? Aloysius “Al” Binewski heeft daar het perfecte antwoord op gevonden: je kweekt ze gewoon zelf.

In Geek Love (1989) vertelt Katherine Dunn het verhaal van de familie Binewski. Het verhaal speelt zich zowel in het narrativeve nu als het verleden af, waarbij Olympia “Oly” Binewksi (dochter van), een kale albinodwerg met bochel, als verteller optreedt. Ongeveer twintig jaar na de val het circus Binewksi huurt Oly een kamer bij haar moeder Crystal Lil, alleen herkentt Lil haar dochter Oly niet. Miranda, een andere huurster en kunststudente, is de dochter van Oly en kleindochter van Lil, alleen is zij net zo min op de hoogte van het bloedverwantschap daar Oly haar op aansporen van de vader opgaf voor adoptie.

In de kadervertelling volgt Oly de wedervaren van haar dochter, die als speciale stripteaseuse aan de kost komt (ook al heeft ze een “trustfund” dat in haar onderhoud helpt voorzien). Wanneer Miranda de aandacht trekt van filantrope en industrieel Mary Lick, die er vreemde ideeën op nahoudt wat mensen helpen betreft, besluit Oly in te grijpen in de hoop haar dochter te beschermen.

Het andere verhaal, over de opkomt en ondergang van de familie Binewksi, is een boek binnen een boek: Oly schrijft voor haar dochter de hele familiegeschiedenis neer. De spilfiguur binnen dit verhaal is Arturo (Arty) die in plaats van armen en benen vinnen heeft en aanvankelijk als waterjongen zijn act brengt. Maar wanneer zijn jongere zusjes, de siamese tweeling Electra (Elly) en Iphigenia (Iphy) een succesvollere act hebben dan hem wordt hij ziekelijk jaloers. Als een geboren verleider en charmeur bouwt Arty zijn act om tot een religieuze/spirituele act die steeds meer volgelingen trekt en zelfs tot een een eigen religie uitgroeit (arturisme) waarbij het afstaan van ledematen tot een beter inzicht en mentale vrede leidt.

Met behulp van zijn ogenschijnlijk normale jonge broertje Fortunato (Chick) en een solitair levende, emotieloze arts die de amputaties op de dolgelukkige discipelen uitvoeren, neemt zijn succes stormenderhand toe, tot voor iedereen duidelijk wordt dat niet langer stamvader Al maar wel Arty de echte baas van het circus (geworden) is. Ondanks zijn naam en faam, die naast de nodige devote volgelingen ook charlatans en sceptici trekt, slaagt Arty er maar niet om zijn jaloerse gevoelens jegens zijn familie te overwinnen. Hij heerst over hen maar hoe ze over hem denken, kan hij niet controleren. Zijn obsessies leiden uiteindelijk niet alleen tot de val van zijn familie en het circus maar ook van zijn eigen religieuze beweging. Oly is een van de weinigen die het navertellen kan.

Tien jaar heeft Dunn er over gedaan om dit verhaal neer te pennen. Het sterkste en meest tot de verbeelding sprekende verhaal is uiteraard dit van de familie Binewski omdat de personages enerzijds allemaal uiterlijk grotesk zijn maar anderzijds opvallend menselijk in hun gedrag, angsten en verlangens. Dunn weet de innerlijke tweestrijd van Arty treffend weer te geven waardoor hij veel meer dan een monster vooral een tragisch figuur wordt wiens hoop op liefde en erkenning alleen maar een uitweg vindt in een totalitair machtsstreven (het mag niet verbazen dat Dunn zich liet inspireren door Jim Jones en het drama van Jonestown).

De raamvertelling start als niet meer dan een overbodige aanzet voor het kernverhaal maar krijgt gaandeweg een interessante wending dankzij de komst van Mary Lick (een vrouw van bijna twee meter) die in meerdere opzichten gelijkenissen vertoont met Arty en het als haar missie beschouwt om arme maar knappe (en intelligente) meisjes op het juiste pad te krijgen. Bovendien is ze er rotsvast van overtuigd dat voor geld alles te koop is en dat een juist doel de middelen heiligt. Dunn weet net als bij Arty van Lick een tragisch figuur te maken die verblind is door haar eigen overtuigingen. Dat beide verhalen elkaar in verschillende hoofdstukken afwisselen, onderstreept bovendien dat er in beide vertellingen een gelijkaardige onderstroom en thematiek heerst.

Hoewel er geen tijdsaanduiding is, zal eenieder het Binewski-verhaal in de jaren dertig situeren en ongewild de link leggen met de reeks Carnivale en Tod Brownings Freaks. Met de reeks heeft het verhaal zijn spirituele ondertoon gemeen (Arty en Brother Justin spelen de rol van messias voor de verschoppelingen) terwijl het samenleven in een circus en de focus op de “freaks” als doorsnee mensen duidelijk schatplichtig is aan Brownings film.

In 2004 werd bekend gemaakt dat Terry Gilliam (samen met Johnny Depp) interesse heeft om het verhaal te verfilmen maar niet aan de financiële middelen zal geraken. Er circueleren ook al enige jaren geruchten als zou Tim Burton zich over het project ontfermen. Het boek bevat hoe dan ook voldoende excentrieke personages en een sterke narratieve opbouw om een verfilming door een regisseur met visie en afiiniteit voor het verhaal te rechtvaardigen.